Dus ik vanmorgen gymmen...
In de categorie 'Nazomerse voornemens' probeer ik eens per week een sportklasje bij te wonen. Vaak kom ik uit op pump, omdat dit al om 7.30u begint, waardoor ik zo min mogelijk van m'n werkdag mis. Pump is met een hoop gewichten, een mat, een step en een stang met twee ijzeren friemels waarmee je de gewichten vastzet. Al die spullen sleep je door de zaal en moeten ook weer terug naar hun plek aan het einde van de les.
Regelmatig gaan mensen net iets eerder weg, voor een meeting of om de trein te halen. Zij skippen dan de laatste oefening en de cooling down. Wat deze mensen dan níet moeten doen, en vaak wel doen, is hun spullen alvást opruimen. Dan wordt de juf giftig - het stadium dat ze dit luchtig en met een geforceerde glimlach bracht, ligt al lang en breed achter haar - het venijn is voelbaar.

Ze heeft hierin overigens absoluut een punt: het is een drukbezochte les, dus aan het einde van het uur ligt de grond bezaaid met weldoorvoed, zuchtend mensenvlees - en is het serieus riskant om daar onhandig doorheen te stampen met in je ene hand die stang met frummels, en in je andere hand twee gewichten van 5 kg die eigenlijk te zwaar zijn voor één pols, maarja... nóg vaker heen-en-weer-lopen is pas écht kut.
Bijna elke les gaat er wel iemand voortijdig lopen sjouwen met z’n meuk. Dan zie ik het gezicht van de juf alweer vertrekken en kun je aftellen tot het geïrriteerde verzoek tot wachten dwárs door haar grimas barst. ‘Als je echt eerder weg moet, laat je spullen dan liggen, wij ruimen het wel op.' Ik snap haar goed, het is echt wel een beetje link, stel dat zo’n gewicht op iemands hoofd valt? Doe dat nou niet, zucht ik inwendig als ik weer een vrouw ninjastyle met die rommel door de massa zie tijgeren. Begripvol kijk ik naar de juf. 'I hear you.'
Vandaag moest ik zélf tijdens de cooling down weg om de trein te halen. Omdat ik het vervelend vind om te vragen of anderen mijn zooi willen opruimen, tippel ik stilletjes door de ruimte om mijn attributen op te bergen, terwijl de rest van de klas in childpose over de grond ligt geklapt.
FOUT! hoor ik je terecht denken, maar ho stop, oordeel nog niet, het zit anders.
Want juist omdat dit braafste meisje van de klas de regels van de juf zo keurig kent en opvolgt, denkt ze te weten waarom zij dit nu wél kan maken: normaal is de klas namelijk stampvol, dít keer liggen er slechts zes versnipperde lijven verspreid over die hele zaal, waarbij ik niet eens in de buurt kom met m'n rommel. Kan prima dus.
Desalniettemin… voel ik een ijzige stilte. Maar voordat ik die goed en wel op mezelf betrek, neemt jufs sneer me al te grazen: 'Het is níet de bedoeling dat...'
‘Oh sorry,' murmel ik. ‘Ik dacht: er ligt nu haast niemand, dus dan kan ’t wel?’
Nee. Nee. NEE!
Ze herhaalt het immers elke week toch, dat zou ik inmiddels moeten weten - ze wil het NIET hebben. ‘Oh oké.’ Knalrood en kinderlijk bedremmeld loop ik terug naar mijn plek, waar nu alleen nog maar een mat en twee gewichtjes liggen. Ik weet natuurlijk allang wat ik daarmee ga doen, namelijk: helemaal niks! Ik verroer geen vin meer totdat ik groen licht krijg van die vrouw - daarna heb ik nog ALLE tijd om uitgebreid mijn trein te missen.
De juf is nog niet zo zeker van mijn capitulatie. 'Nu ga je zeker nóg een keer lopen?' vult ze hardop in, haar neutrale toon in geen velden of wegen meer te bekennen. ‘Eh, nou, nee, ik kijk wel uit eigenlijk,’ lach ik schaapachtig, en wacht met neergeslagen ogen mijn beurt af.
45 jaar. En de rest van de dag van de leg door een standje van de juf. What... de... fuck?
Stap 1: kalmeer.
Niet denken, maar ademen. Op het moment zelf zitten jullie allebei gevangen in een kramp. Dus: zeg even niets, ga niet in de verdediging, maar adem. Vier tellen in, vasthouden, uit, vasthouden. Eerst je lijf, dan je hoofd.
Stap 2: kom los van het verhaal.
Die eindeloze replay ("Waarom zei ze dat nou zo? Wat had ik moeten zeggen?") helpt niet. Vraag je af: wat zou een welwillende buitenstaander zien? Jij bedoelde het goed, zij voelde zich verantwoordelijk. Geen schuld. Gewoon even wrijving.
Stap 3: label je emotie.
Wat voelde je precies? Niet alleen ‘boos’ of ‘geraakt’, maar specifieker: Teleurgesteld? Betrapt? Onzeker? Hoe scherper je het vangt, hoe kalmer je wordt – en hoe beter je ermee om kunt gaan.
En dan, als de hitte eruit is, kun je het gesprek aangaan. "Ik ging vorige keer met een rotgevoel weg, maar jij maakte natuurlijk niet voor niets je punt..." Zo kun je allebei delen wat er gebeurde. Wat speelde er bij jou? Wat gebeurde er bij mij?'
'Hoe klinkt dat, zo'n gesprek?' vraagt Iris.
'Best logisch,' zeg ik. 'En: als iets wat ik no way ga doen.'
'Ik snap het,' zegt Iris. 'Misschien doe je het nooit. Maar het feit dat je je reflex nu herkent – dat is al stap nul. En die telt.'
