Dilemma
Situatie: je wilt een weekend weg met vrienden en hebt eindelijk een datum gevonden. Een hele prestatie met al die volle agenda's, maar het is gelukt. Tickets zijn geboekt. Yés. Zin in. Het is pas in juni, maar je hebt nú al voorpret.
Dan appt je vrouw. 'Ojee, is dat weekendje eind juni? Want dan is de eindmusical van groep 8.'
En in groep 8... zit je oudste zoon.
Die musical gaat vast ook door zónder mij, is je eerste gedachte. In tweede instantie hoor je mensen (waaronder je vrouw) termen bezigen als: mijlpaal. Onvergetelijk. En: onmisbaar, wíljebijzijn.
Je ziet het verrukte smoeltje van je first born als hij vertelt over het schrijven en bedenken van de musical, en hoezeer hij ernaar uitkijkt. Je denkt terug aan je eigen musical, waarin je weliswaar een hoofdrol vertolkte, maar waaraan je verder geen actieve herinnering hebt - niet positief, niet negatief, je basisschooltijd is sowieso een grote blur. Vanuit die blur beredeneerd: zo'n big thing is die musical toch niet?
