Ongewapend
Snuif-snuif. De geur van verse koffie. Gescharrel in de voortent. Blijkbaar is Luuk alweer terug van een hardlooprondje. Ik doe een oog open en kijk op de klok: 9.45 uur. Wow. Ik kijk om me heen in de tent, aan twee kanten ligt een outgepasst lijfje, bruin van de zon, haren in de war (of bij Faas: in de knoop). Ze slapen nog, heel even, ze bewegen al een beetje. Ik moet supernodig plassen, maar wil het moment niet verstoren. Voor de vakantie snakte ik naar precies déze ochtenden: langzaam wakker worden, slaperige kinderen, het gepruttel van San Marco-espresso op het campingpitje, even geen haast, geen deadlines, geen moeten, met uitsluitend deze leuke types om me heen. 'Geniet van wa ge het,' hoor ik mijn vader zeggen. 'Morgen is vandaag al nie meer.' Ik koester me suf, beloofd.
