Wat wel en (daardoor) wat niet?

Wat wel en (daardoor) wat niet?


'Tja. Dat krijg je ervan als je de hele tijd op je mobieltje tuurt,' hoor ik een mannenstem zeggen op een afstandje.
Ik lig languit op de grond. Een meter verderop ligt mijn bril, verbogen, en mijn armband in vier stukken. Nog iets verder ligt mijn telefoon, de onderkant van het scherm gebarsten. Mijn wenkbrauw bloedt. 'Maar goed. Gaat het?' vervolgt de man obligaat. Nog voor ik antwoord kan geven, loopt hij hoofdschuddend door.

Superbedankt joh.

Een paar seconden geleden stapte ik naar buiten, vanuit mijn werkplek. 'Even snel' naar huis om te lunchen, daarna weer door. Met een hoofd vol to do's, afspraken, deadlines en briljante ideeën been ik kordaat de straat over en de stoep op. Tenminste, dat was de bedoeling, want ik verstap me en klap vól over de stoeprand heen. Met een flinke smak vang ik mezelf wonderlijk op met mijn wenkbrauw, mijn telefoon vliegt uit mijn zak. Jaja, ik kan ook prima onoplettend struikelen zónder te scrollen - laat dat maar aan mij over.
Naast geschrokken en gegeneerd - ik val namelijk tússen twee kantoorpanden in waardoor genoeg mensen me vanachter hun raampjes tegen de grond zagen klappen - ben ik vooral blij dat ik mijn tanden nog heb. Pfioew...