'Neem jij maar. Nee jij.'

'Neem jij maar. Nee jij.'

De implosie is nabij. Het gebeurt voor onze ogen. De tijd dringt. Niemand handelt. Het éénballige bordje midden op tafel is als de roze olifant in de kamer. Voor de vorm grijp ik in: ‘Iemand de laatste bitterbal?’ Ineens is daar de hand van Paul, de man van Susan. ‘Ja, lekker!’ Gris, grijp, graai. Weg bal. Kauwend vervolgt hij het gesprek. Prima, zou je denken. Maar toch niet.

Tegenover me zie ik Susan ongemakkelijk met haar ogen rollen. Verontschuldigend kijkt ze de tafel, met voornamelijk dames, rond: ik weet ook niet wat hem bezielt. Vergevingsgezinde knikjes vallen haar ten deel: niet jouw schuld, meid.